Deze week een nieuw experiment voor mij. Ik heb in het begin
een paar Schwalbe Durano’s gekocht die ik nog nooit gebruikt heb. Dus haal ik de
F-Lite banden eraf en de Durano erop. Ik fiets achter nog met de strandband van
Schwalbe de Super Moto. De fiets is nu super bestuurbaar maar op de klinkers is
het leven hard. Maar ik houd toch wel van de sobere lichte banden dus ze
blijven er maar even op.
Vandaag fiets ik lekker naar huis. De warmste lente dag in
jaren, windje in de rug. Het gaat hard en op het asfalt scheur ik lekker door.
Je merkt meteen aan de snelheid als er een grove grint laag op de weg ligt. Je
snelheidsmeter tikt dan meteen een paar punten terug.
Ik vlieg fietsers en wandelaar voorbij en geniet. Voor de
wind fiets ik met 52 km per uur als ik door een auto wordt ingehaald. Ineens
maakt de fiets een schuiver. Even flitst het door me heen dat de auto me
aangeraakt heeft. Maar meteen corrigeer ik dat: “LEKKE BAND, Oooh die, auto,
oooohh die auto, houd het stuur recht niet remmen!!”. Even lijkt het erop dat
ik de fiets houd maar dan begint hij nog heftiger te slingeren en is er geen
houden meer aan…
Blijkbaar heb ik toch van de auto afgestuurd en beland met
een keiharde (karate) klap op de zijkant in de berm. Dan begin ik te schuiven
op de linker kant, raak mijn bril kwijt. Duik met de neus in de sloot. Kom weer
rechtop en rol door naar de andere kant en duik nu tegen de richting van waar ik
vandaan kom in de sloot. Dan begint de fiets te zinken. Ik
hang aan de brandnetels en voel hoe de fiets mij onder water trekt aan mijn
benen. Mijn fietsschoenen zitten nog vast. De brandnetels breken en ik schuif
verder het water in.
Het flitst door mee heen: “Ik ga hier verdrinken als ik niet
loskom, Ik ga hier verdrinken als ik niet loskom”. Rustig blijven…. Ik ga
hier…, klik eindelijk schiet de laatste voet los van de fiets. Trillend hang ik
aan de slootkant als een fietser boven me hangt die ik net ingehaald hebt. “Gaat
het?” Hoor ik. Ik blijk een halve meter van een betonnen damwand af te liggen
in de sloot.
Ik kom bij mijn positieven, graai naar mijn tas met mijn
telefoon, mijn fototoestel en reserve batterij en gooi hem snel op de kant. De
man helpt me omhoog en meteen stopt een auto met een enorme kar. Voor ik het
weet lig ik na een kort check alweer in de sloot om mijn fiets vast te maken aan
een haak en een spanband. Met z’n drieën trekken we langzaam de fiets uit de
sloot. We geven het water de tijd om via de voetgaten eruit te stromen.
De binnenkant van de fiets ziet eruit als een wrak dat tien
jaar op de bodem van de zee heeft gelegen. De hele binnenkant zit vol zwarte modder
en eendenkroos. Mijn spiegelkapjes, en mijn in-klik bril op sterkte vind ik
meteen. Ik mis mijn Adidas sport bril en mijn WimSchermpje maar voor de rest is
alles er, en de fiets is heel. Een compleet wonder na deze klap! De man met de
kar beloofd mij thuis te brengen. Hij moet wel eerst de vracht even lossen.
Ondertussen duik ik voor de derde keer de sloot in om mijn bril te zoeken maar de
sportbril blijft weg.
Een huisdokter stopt en checkt of alles nog werkt. Ik ben
wel aardig bij mijn positieven en zeg dat alles oké is. Een paar blauwe plekken
en schaafplekken en een zere nek maar niks ernstigs. Er stoppen nog twee
automobilisten om te helpen, echt super aardig! Maar ik zeg dat hulp onderweg
is.
We laden de fiets op de kar, hij past er precies op, en de
man brengt me thuis. We bedanken onze hulpvaardige held uitvoerig en halen de
fiets van de kar. Ik ben zwart van de zeeklei en groen van het eendenkroos.
Dineke stuurt me eerst de vaart achter huis in, zo mag ik niet in huis.
Meteen daarna begin ik de fiets schoon te maken. Het is
onbegonnen werk. Met de hogedruk spuit wervelt het eendenkroos en de zeeklei
door de fiets. Uiteindelijk haal ik het kapje van de kettingbeschermer bij de
derailleur eraf zodat ik een opening heb om het water kwijt te raken. Dat gaat
wel wat beter maar het schoonmaken is eindeloos.
Dan roept Dineke om te eten. Aan tafel komt de klap ik begin
helemaal te trillen en krijg geen hap door mijn keel. De hele wereld draait.
Dineke begint meteen over wip-les, iets waar mijn hoofd even niet naar staat
;-)
Even later ben ik er weer en kan ik weer eten. Na het eten
toch maar weer verder om de fiets weer fietsklaar te maken voor morgen.
Tussendoor naar de plek van de crash gefietst om mijn bril te zoeken. Voor de
vierde keer de sloot in en ik ben drie kwartier aan het zoeken. Maar dan heb ik
mijn WimSchermpje (sloot) mijn bril en glazen en de beide brillenpootjes (hoge gras
in de berm) weer. Yes! Niets kwijt!
Tot half twaalf ’s avonds ben ik bezig om de troep op te
ruimen. De balans is een verzopen voorlamp, een kapotte achterbinnenband, een
fietshelm in tweeën en een beste kras in de fiets en dat is het. Het
elektrische circuit werkt nog (volgende dag pas getest). Het meeste last heb ik
nog van de brandnetelplekken die ik op mijn handen en armen heb. In de
achterband zit een best gat naast het ventiel, maar het is geen knalband. Een
les is er niet uit te leren het valt in de categorie “gewoon pech” en “shit
happens”.
Vandaag weer op de fiets en ook het lijf werkt naar behoren.
Alleen een erg stijve nek maar dat heelt wel weer… Nu eerst op zoek naar een
nieuwe helm. De helm heeft me toch voor een beste schaafplek behoed maar ook
twee blauwe plekken op mijn hoofd bezorgd. Pff, best geluk gehad en de fiets
heeft me perfect beschermd!
Naschrift: Op verzoek van Wim nog een foto van het gat in de band. Misschien heeft de band klem gezeten in het ventielgat? Wel raar want de Super Moto is heel groot en je schuift hem heel makkelijk bij het omleggen over de velg zodat het ventiel recht zit. De band zat er drie weken om. En de Super Moto is een nieuwe band uit de doos. De velg van de fiets zat vol bramen en ik ben best lang bezig geweest om alle bramen weer glad te schuren. Met het velglint leek niets aan de hand....
