Na een uur ben ik dicht bij Sneek. Een trotse eend steekt de weg over met in haar spoor twee kuikens. Een auto aan de overkant blokkeert de weg. Dus knijp ik in de remmen. Vertederd kijk ik naar de eend met zijn twee kuikens. Dit zijn de eerste twee kuikens die ik zie dit jaar. Plotseling scheren twee kraaien uit de boom. De ene kraai leidt moeder af. De tweede kraai pakt het kuiken in zijn nek en probeert er mee weg te fladderen. "Pieiep" zegt het verbaade kuiken. Moeder kwaakt en rent nog wat heen en weer maar het is te laat... Ze houdt nog één kuiken over en de kraaien vieren feest. Verbijsterd blijf ik zitten, De natuur is ook zoooo mooi.
In een uur en vijftien minuten ben ik in Sneek. Dit gaat goed. De snelste tijd is één uur en vijf minuten. Ik moet rustig aan doen, houd ik mezelf voor. Het enige om een marathon of een 300 km fietsen is sparen….. Om kwart voor negen ben ik al na Lemmer op de dijk. De eerste lekke band van vandaag is rechts voor. De fiets wordt opnieuw leeg gegooid en de band vervangen. Meteen Dineke maar even gebeld.
Ik ben altijd een fervente fan van de route Lemmer Urk via de dijk. De vorige keer lagen er 10 irrigatie buizen die het feest van lekker doorfietsen verknoeide. Nu komen er de vliegen bij. Er hangen enorme zwarte wolken vliegen. Ze steken verder niet maar je gaat wel elk keer door zo’n zwerm heen. Ik heb mijn tweede droge shirt van de dag aan. En nu het wat warmer is heb ik geen trui meer aan. De vliegen voel ik de hele tijd op mijn armen kriebelen. Doordat ik met het dekje fiets krijg ik geen vliegen in mijn mond. De wind buigt de zwerm keurig af. Het vizier en de bril beschermen me afdoende voor vliegen in de ogen. Maar de voetgaten vangen, bij elke zwerm, bakken vliegen. De hele binnenkant van de fiets leeft….
Om tien uur ben ik in Dronten gemiddeld 35.6. Tijd voor mijn derde droge set kleren. Jan roept uit: “Waar is je striping gebleven?” “Maar dat was een grapje voor het dorpsfeest”, zeg ik. “Oh”, zegt Jan, “Ik dacht dat je het mooi vond… Je hebt sommige mensen... waarvan je denkt….” De banden heb ik vlot en na de anderhalve liter fles gevuld te hebben en een halve liter water extra gedronken te hebben ga ik weer op weg naar Lelystad.
City Navigator bakt er niets van en stuurt me dwars door Lelystad. Lekker handig zo’n GPS… Na een rondje Batavia stad en een stukje bijna snelweg vind ik de opgang naar de dijk naar Noord Holland.
Ook op deze dijk zijn er heel veel vliegen. Racefietsers zie ik met een sjaal voor de mond de dijk oversteken. Heerlijk is om alle racefietsers steeds met grote snelheid te passeren. “They are not amused”. Maar ja, moet je maar een echte fiets kopen…. Op de dijk rijd ik steeds rond de 40 kilometer per uur.
De hele kop van Noord Holland heb ik tegen de wind. Ik fiets met een zuurstof schuld. Maar houdt de snelheid rond de 40 kilometer. Moest ik niet sparen? Bij het begin van de Afsluitdijk moet ik betalen. Ik voel me behoorlijk slap. De eerste lange pauze vandaag. Een halve liter vruchtensap en een boterham met roggebrood kauw ik met moeite weg. Ook een stuk chocola en een musli reep werk ik weg. En mijn vijfde set droge kleren gaat aan... Het dekje van de stoel hang ik in een boom om te drogen.
Opnieuw op weg. Alle racefietsers die me hebben ingehaald zijn nu mijn prooi. Opnieuw trap ik de fiets rond de 40 en begin aan mijn tocht. Halverwege is mijn tweede anderhalve liter fles water leeg. Huh nu al. Aan het eind van de Afsluitdijk heb ik inderdaad alle fietsers teruggehaald. Hoezo sparen….? Maar ik krijg hoofdpijn en heb last van het licht. Vanaf het einde van de Afsluitdijk tot aan Harlingen gaat het voor geen meter en heb ik spijt. Maar de eerste 260 kilometer heb ik wel afgelegd met een gemiddelde van 35!!
Vlak voor Harlingen zie ik een camping. Een camping heeft een washok, dus water. Op de camping staan allemaal campers. Ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien. Het gaat maar slecht met Nederland... Als een slaphangende hortensia sla ik meer dan een liter water in. Net als bij de plant gebeurt een wonder. De hoofdpijn trekt weg en mijn ogen doen het weer. Bah toch te weinig gedronken. Eén procent vochtverlies geeft 10% prestatie verlies. Wist je dat dan niet….? Mijn zesde set droge kleren gaan aan voor de laatste etappe. Toch heb ik al al 6 liter achterover geslagen, maar toch te weinig.
Na mijn laatste sanitaire stop in Hijum, en mijn zevende droge shirt, stopt een auto en gooit hem in de achteruit. Het raampje gaat naar beneden. “Giest sa hurd met allinnig maar te traapjen?” “Ja jir, der sit gjin motor in of sa.” Nee juh, meenst ut…. Dat ding gjit altied sa hurd. “Ja maar de snelhied is der no wol ut jer, Ik ha der al trije honderd op sitten.” “No, mar do host wol moai war.” En daar heeft hij weer een punt natuurlijk.
Na negen uur en vijfentwintig minuten met een gemiddelde van 34 over 321 kilometer kom ik thuis. Eigenlijk wil ik wel 80 kilometer fietsen na het eten. Dan heb ik vandaag 400 gehaald. Maar na de blik van Dineke, en de uitroep “Nog meer was!” Laat ik dat idee maar “varen”.


