zondag 27 november 2011

Fietsen is gedoe….



Fietsen is gedoe en je moet het allemaal wel zeker weten. Ik roep dat al heel lang. Het maakt niet uit welke fiets ik heb. Vaak genoeg sta ik in de garage de fiets schoon te maken en de ketting te reinigen, of mijn licht te repareren of mijn lagers af te stellen of.... maakt niet uit. Ik sta WEER te sleutelen.

Met een Quest gaat dat allemaal veel beter. Alleen maak ik nu zoveel meer kilometers dat ook onderhoud aan een Quest noodzakelijk is. Zaterdag ben ik weer heerlijk bezig geweest, maar goed ik loop vooruit op de zaken.

Deze week viel opnieuw niet mee. Vooral omdat ik krom loop door de rugpijn. Ik geloof dat ik een beroepsklager wordt of zo. Maar goed, nieuw leed… Met rugpijn is het moeilijk om in en uit de fiets te komen maar als ik eenmaal zit dan gaat het fietsen uitstekend.

Maandagochtend, de fiets zit onder een dikke laag modder, vlak voor ik vertrek zeg ik tegen Dineke: “Als ik maar niet lek rijdt dan want dan ben ik de pineut.” Maar door de mist lekker op weg. Gelukkig wordt het halverwege al licht. Een beetje licht verbetert het zicht met sprongen. Vlak voor Stiens zie ik dat mijn teller op nul staat. De teller valt nooit uit hoe kan dat? Bij het remmen voor een bocht springt hij nog even aan en dan is het echt gebeurd. De fiets is veel te vies dus ik kan niet snel checken wat er aan de hand is. Dan maar even handmatig de kilometers bijhouden.

Dinsdag opnieuw onderweg. Dineke moet me nu zelfs helpen om in de fiets te komen. Vlak voor Oude Leye gebeurt waar ik gisteren bang voor was. Lek!! Terwijl ik fiets gok ik op links voor. Als ik bijna stop denk ik rechts voor. Als ik uit de fiets ben is het achterwiel aan de beurt!!

Neeeee he!! Ik sta te schreeuwen van pure onmacht! Niet nu! De fiets is te vies om aan te raken. Tsja, schreeuwen helpt niet echt. Ik strompel om de fiets heen. Leg hem op zijn kant in de natte modder berm en begin met de band. Meteen zitten mijn handen onder de klei. “Klote boeren” “foeter ik. “Troep maken oké maar opruimen ho maar”. De band ligt er eindelijk om en de smerige achterband moet weer mee. Ik draai hem door het gras om de ergste modder uit de fiets te halen. Mijn handen, broek, schoenen, tas, muts en neus alles zit onder de klei…. Toch ben ik blij als ik weer fiets want ondanks de rugpijn is het wisselen toch maar gelukt…

Op mijn werk begint een collega te hinniken van het lachen als ik binnen kom. “Wat heb jij gedaan?” “Ben je aan het veld rijden geweest?” En dat is de druppel, er is een grens voor ieder mens ten slotte, dus ik begint te mekkeren. “Ik stop ermee, ik stap nooit meer in de fiets, ik word normaal en ga met de auto net als iedereen.” “Jij?” zegt hij smalend. “Echt niet, jij fietst tot je erbij neervalt.” En dat zijn precies de woorden waar ik me de rest van de week aan vasthoudt bedankt Sietse!!

Zaterdag de hogedruk reiniger klaargezet. De auto, de vouwfiets van Dineke. De gewone fiets van Dineke en Sanders fiets. Alles zit onder een dikke laag modder en moet schoon. Voor de Quest neem ik maatregelen want een hogedrukspuit op de fiets is niet goed bevallen. De voorremmen dek ik af met een laag plastic. Een vuilniszak die ik in repen scheur en vlecht ik door de binnenste rij spaken. Ik leg de fiets op zijn linker kant. Het gat in de wielkast waardoor het achterwiel ruimte heeft om te veren, ligt dan bovenaan. Anders heb ik straks alle klei in de fiets. Daarna spuit ik alle modder uit de wielkasten en van de bodem.

Nu de fiets schoon is kan ik het voorwiel demonteren om de teller te repareren. Het blijkt dat het draadje van de teller tussen de veerpoot en de remkabel is gekomen. Bij het remmen beweegt de kabel een beetje en is door het draadje heen gesleten. De draden verbind ik weer en soldeer ik vast daarna gaat er vulkaniserend tape om. Het draadje zet ik met een kleine tiewrap aan de remkabel vast zodat ik de kabel van binnenuit niet meer onder de remkabel kan trekken. Weer wat geleerd. De remkabel moet niet alleen binnendoor bij de veerpoot. Maar het draadje van de teller moet er dus overheen……




De vouwachterband gaat eraf en een nieuwe Perfect Moiree gaat erom. Het blijkt dat een van de hieldraden door het rubber is gekomen van de oude PM. Deze heeft steeds opnieuw voor een lekke achterband gezorgd. Gelukkig vind ik nu de oorzaak want ik heb al het velglint vervangen en de achtervelg op bramen gecontroleerd. Deze hieldraad heeft al een achterband gekost en dit is het vijfde lek in korte tijd. Het profiel is ook al aardig ver heen. Dus die band rij ik in de zomer wel af.

Daarna een testrondje en alles werkt weer oké. Fietsen is dan wel gedoe. Zolang ik de Quest heb, ben ik nooit meer een dag ziek thuis geweest. Dus laat de nieuwe fietsweek maar weer komen, mij krijg je niet klein….. 

vrijdag 18 november 2011

Bikkel


Gisteren aan het einde van de op weg naar de fietskelder, snel m’n fietspakkie aan. Einde van de dag en ik heb de kap mee dus dat wordt zoeven. Als ik bij de fiets kom ligt er een knal gele muts in. “Bikkel” staat er groot op. Wow! Van wie krijg ik deze muts? Iedereen die in een Velomobiel rijdt weet dat je eigenlijk geen aanspraak mag maken op deze titel. Beschermd voor de regen en de wind en dan ook nog een kap. Wie is dan nog een bikkel?



Als ik alles in de fiets heb gegooid merk ik dat mijn handschoenen nog boven liggen. Toch maar even snel halen. Ik kom een colllega tegen en die vertelt dat de mutsen zijn uitgedeeld door file:///Z:/Gebruikers/Marcel%20Prins/Documents/velomobiel/Blog/www.Rij2op5.nl. Ik heb één van de mutsen gekregen. En laat hij nu nog mooi bij de fiets kleuren ook!

Snel op weg en de tocht begint moeizaam in de stad. Voor de bibliotheek in de stad hebben ze een oliebollenkraam neergezet. Dit blokkeert een belangrijke fietsroute. Het fietspad rechtdoor ligt eruit omdat daar een nieuw pand wordt gebouwd. En tegenover de bib zijn ze ook aan het bouwen. Er liggen betonplaten in de weg die schots en scheef liggen. Dit is nog de enige toegangsweg die ik kan gebruiken. De bocht naar rechts kan ik niet halen als ik niet helemaal links sta voorgesorteerd. En deze weg is voor de automobilisten de enige toegangsweg naar de parkeergarage.




Ik sta dus uiterst links voorgesorteerd om rechts af te slaan. Ik sta stil met de knipperlichten aan omdat ik een drukke fietsroute kruis. Op het moment dat ik op wil trekken zet een automobilist op 5 centimeter zijn auto tegen de fiets aan. Gelukkig remt hij anders was het mis gegaan. Van schrik wijk ik uit en fiets ik door. Daarbij ram ik bijna tegen een tegemoet komende fietser aan omdat ik de bocht nu niet meer haal. Gelukkig is hij zo aardig om te remmen….  Anticiperen is best moeilijk blijkt maar weer, ik snap niet dat je iemand zo klem kunt zetten… maar goed…

Uit de stad is het flink mistig geworden en het waait behoorlijk hard. De druppels op het vizier verstrooien het licht van de tegenliggers zodanig, dat ik niets meer zie. Het vizier moet maximaal open. Mijn bril beslaat nu ook door de mist en die moet dus ook nog af. En weer zie ik minder.

Als toegift krijg ik er een hongerklap overheen.  Glibberend over de klei door de mist in het donker glijd ik naar huis. Door de harde zijwind en de snijdende kou voelen mijn oogbollen als bevroren balletjes in mijn hoofd. Mijn nood muesli repen liggen onder handbereik maar toch ik kan ze niet vinden. De laatste tien kilometer worstel ik me naar huis.

Trillend kruip ik uit de fiets en wankel naar binnen. Eerst een banaan om weer op krachten te komen. Na tien minuten voor de kachel hangen knap ik weer wat op. Phoe hee, ik geloof dat ik die muts toch wel verdien!!


vrijdag 11 november 2011

Homichlofobie of Nebulafobie



Wat betekent dat nou weer? Homichlofobie of Nebulafobie is angst voor mist. Bestaat dat dan? Ja zeker, mensen krijgen hartkloppingen en worden heel angstig als ze in de mist terecht komen.

Ik wil niet bij deze mensen horen maar de jongens daarboven zijn weer goed bezig. Het uur is terug gezet, dat betekent fietsen in het donker. Maar je kan het nog moeilijker maken. Fietsen in het donker EN de mist. Het is best lekker om door de mist te zoeven na het einde van een zwoele zomeravond. Maar om deze tijd van het jaar is het een hachelijke onderneming.

Deze week leek ik wel een blinde of een bang konijntje of aangeschoten wild. De bril beslaat, autolampen van tegenliggers verblinden en de weg zonder strepen is zo nu en dan onvindbaar. Bovendien loopt de gevoelstemperatuur door het vocht naar beneden en is de kap onbruikbaar. Vroeger zei men als het mistig was dat de geesten weer in de wereld rondwaarden. Ik kan dat beamen, heel erg onprettig!

Fietsen in de mist voelt alsof je op ijs schaatst wat net houdt. Blijf je glijden, of raak je van de weg en schiet je door in het weiland of erger zwemles in de sloot. Gelukkig heb ik alles heel gehouden. Maar ik kon deze week wel erg goed meevoelen met mensen met deze fobie. Nog zes weken en dan hebben we de kortste dag weer gehad…..

zondag 30 oktober 2011

Bobslee 2, To win or lose...



Vrijdagavond zijn we thuis en Dineke kruipt nog even achter de computer. Er is een nieuwsbrief van Intersport. Het Nederlands bobslee team komt morgen langs en wie de bobslee het snelst over de rails duwt kan een set kleren winnen van het team. Daar heb ik wel zin in! De openingstijden opgezocht van Intersport in Leeuwarden en dat is 9:30 ’s ochtends. De eerste 24 deelnemers krijgen een shirt….

Snel naar boven gerend en Sander mijn zoon gevraagd of hij morgen de bobslee samen met mij wil duwen. Hij wil wel mee. Samen bekijken we op de site van IceRyder het filmpje van het team. We bespreken de strategie, Sander wordt piloot en ik word de achterste man. We bekijken het filmpje net zolang tot we snappen hoe ze het doen.

Even later komt Dineke boven, die heeft de nieuwsbrief nu wel goed gelezen. De winkel gaat al om 8:00 uur open voor de vroege vogel korting van 25%. Dineke wil een muts bij haar jas dus die wil er vroeg zijn. Sander zucht en steunt. Hij moet de hele week al om 6.00 uur op de fiets zitten naar Leeuwarden en dan kan hij vandaag WEER niet uitslapen. Maar we willen wel zo’n shirt natuurlijk! En hij heeft beloofd om mee te gaan. Dus onder protest, hij doet het meer voor zijn oude vader, gaat hij toch maar mee….

Na een onrustige nacht waarin ik de “wedstrijd” van alle kanten bekijk, je moet ten slotte wel gefocust zijn, gaat de wekker om half zeven. Sander mag “uitslapen” tot kwart over zeven maar dan moet hij er echt uit. Hij komt, laten we het zo zeggen, niet blij uit zijn bed. Ook al heeft Dineke zijn boterhammetje gesmeerd en staat er een kopje thee. Het is te vroeg!! Punt uit. Maar goed om half acht rijden we wel weg op weg naar Leeuwarden. Het is nog stikke nacht en we komen niemand tegen. Raar….???

De auto parkeer ik wat verder weg. Dan kunnen we warm lopen naar de winkel toe. Sander: “NEE HEEEHHH!!” Trek ik me niets van aan en ik begin rustig te dribbelen en daarna loopsprongen en een aantal kleine sprintjes. We zijn precies om 8:00 uur bij de winkel en iedereen loopt nog zachtjes en slaperig rond. Een aantal klanten is al bezig om jassen en skiespullen te passen. Maar daar komen wij niet voor. Wij gaan boppen!!

Achter in de winkel hebben ze de rails neergelegd en de bobslee is op wielen gezet. Het hele team is nog niet aanwezig maar een jongen van het oude team al wel en hij legt ons alles uit van de viermansbob. Hij laat zien hoe je als piloot instapt. Je duwt, voor dat je inspringt leg je de hand over de slee en je springt op je plaats. Dan komen de “naast” lopers. Zij zetten hun buitenste been op de loopplankjes bij de vleugels en springen er ook in. Het hoofd rust op de schouderbladen bij je man voor. En als laatste stapt de vierde man in.

Eerst maar een keer oefenen en dat gaat best goed. Aanloopje, bob duwen, en springen. Eerst de piloot dan de achterste man. De piloot is de enige die iets ziet van de afdaling. Hij kan de bob sturen met twee touwen die van binnenuit zijn te bedienen. De rest grijpt een stalen ring aan weerskanten vast om er niet uit te vallen en dat is het. Als we glijden worden we geremd door een stuk elastiek waarna we terug schieten. De rails liggen tegen een paal aan zodat ze niet weg kunnen schieten. Oké, dan nu een keer maar dan op tempo. “Weet je zeker dan het goed komt met die paal? ”  Vraag ik. “Ja hoor, we hebben gisteren zes keer getest en er kan niets gebeuren” roept de bedrijfsleider.

Sander en ik in de startblokken en we staan klaar! Ready… go go go go. We sprinten nog niet helemaal op volle kracht. Sander duikt soepel in de bob. Ik pak de laatste meter. Maak een snoekduik. Hoofd tussen de schouderbladen van je voorste man en gaaaaan!




BAAAAAHHHMMMMM!!!! Een keiharde klap. Ik denk nog, goh dat elastiek klapt er wel hard in. Ik heb het nog niet door maar we zijn meteen de eerste keer op snelheid, vol tegen de paal aangereden. De voorkant van de bob is behoorlijk kapot. Sneu en beteuterd staan we erbij te kijken. Dat is balen! De bobsleeër troost ons en zegt dat we er niets aan kunnen doen. Maar de deuk doet mij toch wel pijn. Gelukkig gebeurt het bij jullie aan het begin van de dag. Niets aan te doen. We maken de baan korter en de rem langer.

Onder leiding van “Bob”, gaan we bezig en hij legt er twee stukken rails bij. Het bobslee team arriveert ook. En dat zijn kerels met armen als dampalen! Ze liggen de hele zomer in het krachthonk en werken sprint trainingen af. De start is alles bij het bobsleeën. Een tiende bij de start sneller, betekent drie tiende eraf op de eindtijd. Bovendien liggen de starttijden van de teams ook nog eens heel dicht bij elkaar. Aan het eind doen ze het even voor. Wat een explosiviteit bij die jongens!! Da´s dan weer andere koek…




Nadat de baan is aangepast maken we nog een run om een tijd neer te zetten. We missen de paal nu op vijftig centimeter. En nog een run waarbij we van positie wisselen. Dat is onze beste tijd en die blijft staan! Samen worden we in een prachtig shirt van IceRyder gestoken. Dan maken we met Dineke nog een keer een run en dan hebben we ons lolletje weer gehad.





De hele dag zitten we in spanning. Blijft onze tijd staan? Om half zes krijgen we het verlossende telefoontje. De outfit hebben we gewonnen!!! YES!!  De broeken zijn nog niet binnen maar over twee weken kunnen we de kleding halen….

vrijdag 28 oktober 2011

Bobslee

Deze week voor het eerst met de carbon race kap gefietst. Maandag begon het met ideaal weer. Koud en rustig weer. Het comfort onder de kap is dan heerlijk. Maandag op de terugweg stormde het. Zolang ik voor de wind had ging het allemaal prima maar op een gegeven moment kreeg ik harde zijwind. En dat was behoorlijk schrikken. Normaal is het al oppassen met de Quest maar nu is het dubbel oppassen. Ik ga als een stuiterbal over de weg. Hele stukken durf ik niet meer mee te trappen. Ik ben blij dat ik weer onbeschadigd thuis ben.

Dinsdag stormt het ook ’s ochtends, dus de kap uit voorzorg maar thuis gelaten. Ook al waait het hard, de fiets voelt nu vertrouwd en ik weet precies wat het hebben kan. De rest van de week is het weer rustig weer en ik geniet van het comfort van de kap.

Vandaag ben ik vrij en de stad even in gefietst. Het motregent maar ik zet het vizier van de kap gewoon open zodat ik eronderdoor kan kijken. Je voelt dan wel de wind in je gezicht maar zit nog steeds droog in de fiets. Ik ga samen met Dineke even winkelen. Bij de Intersport in Leeuwarden staat een bobslee. Een prachtig apparaat. Ik vraag of ik straks even langs mag komen met de Quest voor een foto-shoot. Het personeel vind het oke, dus even later kom ik terug.

De fiets rijd ik voorzichtig naar binnen en ik neem een aantal foto’s. Grappig hoe het werkt. Nu de fiets binnen staat mogen mensen plotseling eraan zitten. Een vrouw begint aan de kap te scheuren want ze wil naar binnen kijken…. “Oooh is hij van u?” “Mag ik naar binnen kijken vraagt ze?” “Nee” zeg ik bot. “Oooohhhh”,“Nou ja, vooruit dan.” Ik laat haar de fiets zien en Dineke slaagt er bijna in de fiets te verkopen ;-)… Ze is verbaasd over alle snufjes en vindt de fiets prachtig. “Voortaan herken ik u, dat kan ten slotte niet missen, en dan zwaai ik hoor!” Nou ja, dat is dan weer leuk.










De gelijkenis tussen de bobslee en de Quest is treffend. Je ziet wel dat de bobslee veel lager kan zijn omdat er geen trappers in hoeven. Het Nederlands bobslee team komt morgen langs om de slee aan te duwen. Hij wordt dan op wielen gezet en er wordt een soort rails achter in de winkel gelegd zodat hij kan worden aangeduwd. Misschien ga ik morgen nog wel even langs.


Terug begint eindelijk de zon te schijnen en lekker genietend fiets ik terug.






zondag 23 oktober 2011

Aerodynamische spiegels

Sinds ik de Butterfly heb gezien met die prachtige aerodynamische spiegels ben ik op zoek om de spiegels mooier te maken.



Mijn experiment met de aerodynamische kapjes voor de spiegel is helemaal mislukt. Had ik de twee mallen heel precies op dezelfde afmeting geboetseerd, toen ze droog waren was de linker een stuk groter dan de rechter.  

Daarna bestaat de zoektocht uit het vinden van de ideale dop. Volgens Jos Hendriks van Velomobiel heeft Eva een dop gebruikt van een deodorant fles. Ik heb al heel wat Ethossen van binnen gezien maar de juiste fles met dop heb ik niet gevonden. Eva heeft de dop als mal gebruikt om een carbon dopje te maken. Eva is een specialist en heeft een superstrak eindresultaat waar ik alleen maar van kan dromen.







Quesjer, Quest 212 heeft het opgelost met twee bidon doppen maar welke doppen? Ik heb ze in ieder geval niet gevonden.




Rob heeft het opgelost met DKNY Parfum dopjes maar twee keer 40 euro is iets boven budget. Maar wel weer een superstrak resultaat.





Bij de Halfords heb ik een trekhaakdop gevonden voor zo’n 3 euro 50. Kijk dat ligt binnen bereik. Ik heb de trekhaakdop gekocht met een blokkering. Als je het vleugelboutje (nieuw woord?) eruit draait, dan blijkt het steeltje van de spiegel precies door het gaatje van het boutje te passen.




De dop is niet ideaal. Het spiegelblad wijst iets naar binnen. Daardoor staat de dop ook niet helemaal recht op de fiets. Maar voorlopig laat ik het maar even zo. Als iemand een betere dop weet te vinden dan hoor ik het graag….


zaterdag 22 oktober 2011

Racekap


Dinsdag krijg ik een mailtje van Wim Schermer dat de deelbare carbon toer/race kap klaar is. Na wat overleggen wil Wim me vrijdag wel tegemoet fietsen. Vrijdag heb ik vrij genomen, ik heb in vier dagen zoveel overuren gemaakt dat vrij nemen geen extra dagen kost. Deze week heb ik de fiets op de winterbanden gezet. Er zitten nu voor en achter Perfect Moiree’s op. Vrijdag twijfel ik nog even of ik de F-lite er opzet maar het is met 7 graden te koud om banden te plakken dus ik laat het maar zo.

Vrijdag om half tien fiets ik weg om om 13:00 uur in de Den Oever te zijn. Het is 90 kilometer en ik heb de tijd wel erg ruim genomen. Meteen heb ik daar spijt van dus ik probeer niet te hard te fietsen. Ik ben Wanswerd nog niet uit of een automobilist komt naast me rijden en het raampje gaat naar beneden. Door het lawaai van de wind hoor ik niet wat hij zegt iets iets met race….??. Als hij bijna weg rijdt herken ik hem. Het is de Quest rijder uit Marrum.
Meteen als hij doorgereden is snap ik wat hij zegt. Hij heeft ook een racekap besteld en vraagt of ik de racekap al heb. “Ik ga hem halen!! Ik ga hem halen!!” juich ik, maar dat hoort hij al lang niet meer. Yes, ik ben op weg om de kap te halen.

Het is oogsttijd en dat is goed te merken. Stapels suikerbieten en pompoenen liggen langs de weg. Omgeploegde akkers en loodgrijze luchten met een waterig zonnetje. De wind is ondertussen goed aangetrokken en het is bitter koud. Vlak voor Sexbierum is de weg geblokkeerd door een asfalt machine. Ik heb geen haast want, zoals het nu staat, ga ik een uur kleumen in Den Oever dus ik maak een praatje met één van de mannen, terwijl de chauffeur de wagen even vijf meter verzet…

“Jee, wat ging je hard door het dorp!” “Wat een prachtige machine en hoe hard ga je….” Even later is de weg weer vrij en fiets ik weer door. Voor de Afsluitdijk dwing ik mezelf te stoppen. De schuimkap gaat erop en ik slobber twee koppen hete thee op. Zo dat scheelt straks weer tien minuten kleumen. De schuimkap komt er niet meer af, bah wat is het koud.

Door de harde wind is het niet moeilijk om niet te hard te gaan. Ik maak nog een praatje met een kajakker in Breezanddijk met een Pryon op het dak van de auto en vraag of hij de zee op geweest is. Hij is in de herfstvakantie aan het varen geweest op het Sneekermeer. Het viel hem tegen hoe het daar kan spoken. Hij was aardig geschrokken van de golven.

Net opnieuw weer onderweg belt Wim. Wim en Kees zijn al in Den Oever! Dat komt wel heeeel goed uit. We spreken af bij het monument. Even later komen we tegelijk aan bij het monument. Wow, wat ziet de kap er gelikt uit!! Het is echt een plaatje. Maar eerst even droge kleren en een kop koffie.

Het café is overvol maar Wim en Kees weten een plaatsje te bemachtigen. Ik slurp mijn thee, en Wim en Kees hun espresso naar binnen. En ondertussen gaat het natuurlijk over fietsen, onderdelen en tijden. Wim (63 jaar) is echt indrukwekkend bezig. Heeft net zijn snelste gemiddelde tijd ooit gereden tijdens de Lel (Lelystad-Enkhuizen-Lelystad). “Je blaast straks terug.”zegt hij. Ja, ja denk ik, maar we heten niet allemaal Wim hoor. Ik ben al blij als ik in de buurt van de 40 rij….

Na de koffie laat Wim zien hoe je de kap demonteert. De kap wordt nu geleverd met drie zuignappen om de kap op de fiets te fixeren als je uitstapt. Neoprenen schokdempers bij het vizier en de nieuwe carbon stripjes om de kap vast te zetten als je het vizier opent.   De kap ziet er heel mooi uit en past goed bij de fiets. De lange broek en de jas gaan uit, de helm gaat in het ruim en de kap gaat erop. Ze zetten ze me in de fiets en Wim en Kees zwaaien me uit en daar ga ik. “Je gaat blazen..” roept Wim me nog na.





Foto's hierboven van blog van Wim Schermer


Ik trap de fiets op gang en potverdikke ik begin inderdaad te blazen. De hele dijk kom ik niet onder de 50 kilometer uit!! En de fiets staat niet eens op snelle banden! Yes, dit gaat geweldig!! Ik krijg het meteen ook warm dus na een kilometer of 15 maak ik een kleine stop. De trui gaat uit de muts gaat af en de foom laag van mijn Adidas bril gaat voor het eerst sinds ik de Quest heb er ook af. Wat is de kap heerlijk comfortabel! Ik ben de akelige kou kwijt.

Tot Harlingen houd ik de 50 vast. Ik moet gewoon wennen en aan mijn nieuwe snelheid en ram een aantal drempels te hard over. Oeps…. Na Harlingen gaat het opnieuw hard en vlieg verder naar huis. Onderweg koop ik langs de weg twee kilo prei voor twee euro en opnieuw krijgt de Quest de sporen. Dit is gewoon laag vliegen! De kap geeft dezelfde ervaring als de proefrit in de Quest. Dit is wel heel comfortabel.

Trots laat ik thuis de kap aan Dineke zien. Die is helemaal verrast hoe mooi hij is!!


 De laatste acht kilometer ben ik toch wel leeg en hobbel het laatste stuk naar huis. Christiaan mijn zoon en Didi zijn vriendin zijn een week op Ameland geweest en komen gezellig mee-eten dus na het prei snijden en wassen haal ik ze van de boot.  Ze moeten morgen alle twee weer werken dus ik breng ze ’s avonds naar Veenwouden naar de trein.

 Als ik thuis kom heeft Beekmans gebeld. Die heeft het verhaal al weer gelezen bij Wim en Kees en is nieuwsgierig. We kletsen even bij en dan is het te laat geworden om nog een stukje te schrijven dus dat moet zondag ochtend maar. Het is nu half vijf 's ochtends....
Wim en Kees bedankt voor het tegemoet fietsen en de kap is een aanrader…..!!! Ik ben er heel blij mee.