dinsdag 29 december 2009

2: Het gat



Maandag 28 december zit de vermoeidheid van de ontberingen van gisteren nog behoorlijk in de benen als ik vertrek uit Laren. Geen oliebollentocht voor mij. ‘t Is jammer maar een monster tocht zit er vandaag niet in…. Terwijl ik vertrek willen Bas en Stein alles van de fiets weten. Ze helpen flink mee om alles weer te verzamelen.









 
 




De polder overdag is een heel ander verhaal. Heerlijke lange rechte fietswegen waar je heerlijk kunt op schieten. Ik besluit om terug te fietsen over Dronten. Kan ik niet weer verdwalen in Lelystad. In Dronten gaat het dus mis. Het fietspad is afgezet met een hek. Als omleiding liggen er betonplaten tegen het fietspad aan. Maar door de dooi zijn die platen bedekt met een hele grote plas water. Voorzichtig neem ik de bocht naar rechts maar ik stuur in een gat. Met een harde klap gaat de body over de grond. Ik ga echt helemaal los zo boos ben ik, maar ik durf niet uit te stappen. Misschien valt de schade mee….

Vandaag is de oliebollentocht, toch even kijken of er iemand is bij Velomobiel. Maar natuurlijk is niemand aanwezig. Ik fiets lekker door en zonder lekke banden kom ik thuis. De terugweg fiets ik in zes uur en twintig minuten. Kijk dat lijkt er meer op….



De volgende dag gaat de fiets op zijn kop. En de schade valt niet mee. De gelcoat heeft een klap gehad. De body is nog wel heel. De hele dag voel ik me zwaar chagrijnig en heb er buikpijn van. Maar ja volgens Dineke moet ik blij zijn. Er zijn zoveel ergere dingen in de wereld, maar ik kan me er even niks bij voorstellen. Bah, bah, bah een deuk in mooie glimmende kogel. Nu maar onderzoeken of ik het kan herstellen.


Het afgelopen jaar, ik heb de fiets nu vijf maanden, heb ik 7.400 kilometer gefietst. Voordat ik de Quest had, schatte ik 7.000 kilometer als mijn jaarafstand.….

zondag 27 december 2009

1: Het gat

Het is me gelukt, het heeft 7200 kilometer geduurd maar "eindelijk" heb ik dan een gat in fiets gereden. Toen het gebeurde heb ik de heleboel bij elkaar geschreeuwd van woede en frustratie maar ik durfde niet uit te stappen om te kijken…

Zondag 27 december vertrek ik naar Laren. Het idee is om bij mijn zus te slapen. Als ik me goed voel door te fietsen naar Utrecht de oliebollen tocht mee te pakken en ’s avonds terug naar huis. De hele dag waait het hard en moet ik tegen de wind in fietsen. Het is eigenlijk een tocht die best lekker gaat hoewel ik er de snelheid niet in kan krijgen. Vanaf Lemmer fiets ik over de dijk naar Urk. Voordat ik naar de dijk ga heb ik even overlegd met een man die zijn hond uitlaat. Volgens hem kan ik wel over het pad langs de dijk.













Het pad langs de dijk is het eerste stuk best goed begaanbaar. Maar na de bocht ligt de sneeuw nog over het pad, is ontdooid en weer vastgevroren. Er is nog een smalle strook asfalt over, waar geen ijs ligt. Ik durf niet hard te fietsen. Elke keer kruis ik hele lange bevroren plassen. Dit is het bevroren smeltwater wat van de sneeuw van de dijk komt.  Ik durf over zo’n plas niet te trappen en houd de fiets recht en denk niet teveel na. Het is ondertussen prachtig winterweer, zonnetje, blauwe lucht en goed koud. Het gaat goed en zonder kleerscheuren haal ik Urk.

Eigenlijk heb ik nog nooit echt met de GPS gefietst. In de fiets ga ik te hard om de GPS goed te kunnen aflezen. Ik fiets meestal op de fietsborden en dat gaat redelijk. De GPS gebruik ik achteraf om mijn track uit te lezen. In de kajak ligt hij voor me op het dek. Het aflezen gaat dan een stuk beter. Daar navigeer ik altijd met de GPS.

Van de andere fietsers en uit eigen ervaring weet ik dat je niet in Lelystad moet verzeilen, je verdwaald er geheid. Als ik in Lelystad ben wordt het donker en de GPS die ik in een waterdicht tasje om mijn nek heb hangen kan ik niet goed aflezen. Na even prutsen geef ik het op en volg de bordjes. Natuurlijk mis ik door de schemer een bordje en kom ik toch in Lelystad terecht en verdwaal er in het ijs in de bossen.

Dit moet eerst beter. De GPS haal ik uit het zakje en neem hem in de hand. Het is nu flink donker dus pak in mijn Petzl lamp en houdt die in de andere hand. Nu kan ik het scherm goed zien. Ik ben flink mis maar als ik de GPS zo bekijk, ligt het fietspad aan de overkant van de weg. Ik moet wel een aarde strook passeren maar er ligt gras voor. Ik maak een vaartje en hoop dat de vorst nog in de bodem zit. Dat blijkt niet zo te zijn. Ik zak tot de bodemplaat weg in de modder. Wat nu? Schoenen en sokken uit en hup de fiets uit. Op mijn blote voeten trek ik de fiets vlot. Brrrr, best koud. Langs het hele fietspad is de aarde omgewoeld en kan ik geen gras vinden. Oké, niet zeuren sokken en schoenen maar weer aan. Maar mijn schoenen zijn mooi schoon gebleven tenslotte ;-)

Als ik de GPS nog eens bekijk zie ik dat de zoom afstand op 800 meter staat. Aj dit is niet het fietspad wat ik in mijn hoofd heb…. Na een wijk bekeken te hebben en een industrie terrein kom ik eindelijk uit Lelystad. Het is nu goed donker en ik rijd ook nog linksvoor lek. De wind doet zijn best en koelt me flink af. Gelukkig heb ik nu alle spullen aan de linkerkant in de fiets en hoeft niet eerst de hele fiets leeg. Ik vervang de nieuwe Kojak en rijd verder.

Met het bandenplakken heb ik het lampje om de helm gezet. Als ik weer fiets glijdt hij naar beneden om mijn nek. Maar hé dit is handig. Het lampje doe ik om mijn kin en nu heb ik alleen nog maar de GPS in mijn handen. Vanaf nu gaat het navigeren uitstekend.
In het laatste stuk naar Laren rijd ik nog twee keer lek. Wat is de polder donker guur en akelig. Ik word er niet vrolijk van. De moed zinkt me in mijn schoenen. Bij de tweede lekke band belt Dineke. Het hagelt dan en waait nog altijd hard en ik ben opnieuw goed koud aan het worden. Op dat moment zet ik de oliebollentocht uit mijn hoofd.

Na drie lekke voorbanden en veel tijd verloren met zoeken kom ik na acht en een half uur fietsen om 20:30 in Laren aan. Van te voren had ik het op 6 uur en een beetje geschat. Na een overheerlijk bord pasta en een warme douche en natuurlijk het traditionele banden plakken ga ik lekker slapen. Maar eerst moet ik Bas voorlezen over de piraten. Hij wilde niet gaan slapen voordat ik er was.....



donderdag 17 december 2009

Het zeil effect



De collega’s zitten elkaar bang te praten over barre sneeuw tochten en meer ontberingen. Vanochtend waren heel veel mensen veel later. Enkele zijn zelfs meer dan twee uur onderweg geweest. Dineke belt me op en zegt dat ik beter met iemand kan meerijden. Maar met wie? Niemand is vandaag aanwezig die mijn kant opgaat. Dus ik lach haar uit en smaal dat ik altijd thuis kom en dat het nooit zo erg is als ze zeggen. Ik fiets wel….

Als ik het werk verlaat, ligt er zo’n pak sneeuw dat ik de fiets naar de weg moet schuiven. Maar op de weg is het vast beter. Terwijl ik bezig ben, zie ik een collega vallen die daarna in de sneeuw blijft liggen kermen. Mijn bobslee fiets laat ik haastig achter in de sneeuw. Na een tijdje gaat het weer met hem en sjouw ik de onfortuinlijke collega naar binnen. Het lijkt erop dat hij een gebroken enkel heeft.

Voor de bibliotheek ligt op het fietspad een enorme berg sneeuw dus dat wordt hem niet. Ik besluit om maar met de auto stroom mee te gaan. Ik stap in de fiets en dan blijken mijn speedplay pedalen waardeloos. De schoenplaten onder mijn schoenen zitten vol sneeuw. Maar omdat het dooit is de schoenplaat een ijsblok geworden. Ik probeer om met mijn vinger het ijs onder mijn hoefjes uit te peuteren maar het mag niet baten. De pedalen weigeren vast te klikken. Met gladde schoenen is het lastig fietsen maar het gaat. Zo ploeg ik samen met de auto’s de stad uit en verdoe ik de eerste drie kwartier in de file in de sneeuw. Verstandig genoeg heb ik gekozen voor de kortste weg en dat blijkt een goede keus te zijn. Eenmaal Leeuwarden uit kan ik op de autoweg wel fietsten maar het valt niet mee.

Na Lekkum probeer ik wanhopig om de fiets op gang te houden. Maar wanneer een bromfiets slipt en de weg blokkeert kom ik tot stilstand en daarna kom ik niet meer weg. De wielen zakken door de sneeuw en de fiets zit dan muurvast. Ik sleep de fiets naar het fietspad. Eerst moet ik meer kleren aan want zo gaat het niet. Mijn Goretex regenjas doet nu goede diensten. En met de capuchon ben ik nu weer wat meer mans in de sneeuw. Ik probeer verder te lopen.


Op het fietspad ligt nog veel meer sneeuw en daar is ook geen spoor van de auto’s. Dus naar 100 meter bobsleeën geef ik het op en sleep de fiets weer naar de weg. Elke keer als er een auto aan komt zet ik de fiets aan de kant waarna ik weer verder loop.

Het is ondertussen hard gaan waaien en de sneeuw waait in golven over de weg. Het vormt prachtige sneeuwduinen maar ik heb er niet echt oog voor. Na een half uur lopen wordt de weg weer wat beter. Er is nog steeds sneeuw maar die is aangereden. Laat ik nog eens proberen om te fietsen. En dan gebeurt het wonder. Op eigen kracht kom ik net niet door de sneeuw. Maar de harde wind en het zeil effect van de fiets maken dat ik kan fietsen. Ik krijg zowaar toch nog een gangetje van 18 km per uur. En stuur als een volleerd autocrosser mijn karretje door het barre winter weer. Dit is toch wel weer leuk!! Iedere keer als er een boom of een boerderij is valt de wind weg. Dat betekent dus weer een eindje lopen. Maar zodra de wind weer vat op de fiets krijgt is het leed geleden.

De wind probeert wel om mijn ogen te “sneeuwstralen” als alternatief voor zandstralen. Maar met mijn hand aan de zijkant van mijn hoofd gaat het best wel goed. Nadeel is wel dat ik met één hand moet sturen. Thuis moet ik eerst de garage deur sneeuwvrij maken voor de fiets naar binnen kan. Hoe ik morgen naar het werk moet weet ik nog niet maar dat zien we wel weer. Misschien langlaufen….?

Sneeuw

Gisteravond begon het licht te sneeuwen. Toen ik vanochtend wakker werd, wilde ik meteen weten hoeveel sneeuw er gevallen was. In Burdaard viel het erg mee met een dun laagje. De bezem gepakt en het garage pad eerst maar eens “gesweept”. Daarna even een boterham en een kop koffie naar binnen gewerkt en dan op weg.



De wegen zijn goed gestrooid en probleemloos kom ik in Leeuwarden. Even twijfel ik, houd ik het fietspad aan, of neem ik mijn gebruikelijke weg door het Leeuwarder bos? Ik kies voor de bekende weg. Dat blijkt geen gelukkige keus. In het Leeuwarder bos ligt veel meer sneeuw. Al snel ben ik met een bezweet hoofd door de sneeuw het ploegen. Het begint ook weer te sneeuwen. Ik probeer er van te genieten maar de bril en het vizier beslaan en moeten af. Mijn verwende blote ogen worden nu belaagd door sneeuwvlokken en dat voelt niet prettig. Op een gegeven moment kan ik de ogen bijna niet open houden. Ik houd mijn hand maar voor de ogen maar het blijft niet leuk.


De vaart is er dan al lang uit. Met een gangetje van 11 kilometer per uur houd ik de fiets in beweging maar daar is dan ook alles mee gezegd. De “plak sneeuw” blijft in de wielkasten kleven en ik voel hoe het achterwiel steeds zwaarder gaat lopen…. Ik houd me voor dat het na het Leeuwarder bos beter wordt.

In de wijk hebben ze echter helemaal niet gestrooid en daar ligt nog meer sneeuw dan in het bos. De weg door het bos is beschut door de bomen dus vandaar het verschil? In de fietstunnel zet ik even flink gang anders kom ik niet meer boven maar die hobbel wordt ook geslecht. Helemaal bezweet kom ik in het centrum van Leeuwarden. Ik probeer niet stil te staan maar voor het werk komt het er toch nog van. Als ik weer op gang probeer te komen zit het achterwiel “shoking” klem. Ik moet de fiets uit om de sneeuw uit de achterwielkast te peuteren. Het laatste stukje duw ik de fiets maar naar de fietskelder.


Vandaag ben ik vijf kwartier onderweg geweest. Dit is een nieuw PD (persoonlijk dieptepunt) maar ik ben blij dat ik het gehaald heb. De collega’s brengen het er nog slechter af. Of ze blijven thuis of ze keren halverwege of de trein of bus valt uit of ze zijn veel later dan ik. De fiets heeft toch weer gewonnen….

vrijdag 11 december 2009

De droom

Vanochtend was het stralend weer. Het zachte licht scheen vriendelijk naar binnen. Fit stond ik op en sneed een heerlijke boterham af van ons versgebakken brood. Mijn vrouwtje, die al met wakkere ogen de wereld inkijkt, breng ik even een heerlijk kopje koffie op bed. Na het verkwikkende ontbijt stap ik vrolijk in mijn fiets. Ik mag weer! Met een lichte rugwind fietste ik met een hoge snelheid naar het werk. Omdat het vroeg is zijn er weinig mensen op de weg. Alle automobilisten die ik tegenkom geven mij de ruimte. Zo’n dappere man in een fiets dat moet je tenslotte belonen.


De werkelijkheid

Vanochtend stond ik verkouden op. Niezend schuifelde ik als een stramme oude man met spierpijn naar beneden. Veel te laat ben ik beneden dus laat de koffie maar zitten. Het brood van gisterenavond is helaas mislukt. Dat wordt “grindtegel” eten. Ik snijd met het mes de dunste plakjes af die mogelijk zijn om het brood toch nog in enigszins “behapbare” brokken mee te krijgen. Mijn voorband die gisteravond lek was en die ik in de stromende regen heb vervangen is gelukkig nog hard. Opnieuw vertrek ik in een overvloedige bui met tegenwind terwijl ik denk: “Ik ben een boot, ik ben een boot, ik ben een boot en dit is leuk…”

Gelukkig zijn de automobilisten nooit te beroerd om me eens even stevig te verblinden. En dat kunnen ze al vanaf kilometers afstand (knap hé). Als een bang haasje in de lichtstralen van een auto probeer ik de fiets recht te houden. Maar tegen het geweld van regen en een bril en de lichten van drie auto’s tegelijk kan ik niet op. Met een noodstop kom ik in de berm terecht. Gelukkig werkt de fiets nog. In Leeuwarden denk ik opnieuw (net als gisteravond) dat er iemand aan de fiets hangt. Ik krijg het tempo niet omhoog. Gelukkig haal ik net mijn werk met een zachte rechter voorband. Hoef ik niet weer in de regen de band te vervangen, ik heb maar mooi geluk. In de warme garage vervang ik de band. Zo staat de fiets weer klaar voor de volgende helle tocht…..

zaterdag 5 december 2009

Snot

Voor mijn zestiende verjaardag had mijn vader een verrassing geregeld. Een rode racefiets van Motobecane. Ik was heel blij met het kado van mijn ouders. Mijn vriend Martin had al een tijdje een racefiets en ik hobbelde achter hem aan op mijn drie versnellings Ralleigh fiets. Maar nu konden we dan samen los. De fiets had grappige specs. als je het nu terugleest. Zo had ik 10 versnellingen (twee keer vijf). Geindexeeerd schakelen moest nog worden uitgevonden. Uitvalnaven kwamen net opzetten. Deze fiets had nog hele grote vleugelmoeren bij het voorwiel. Op de foto zit er al een nieuw cranckstel in. Oorspronkelijk zat er een cranckstel in waarbij de trappers vast zaten met Franse spies. Een brooks fietszadel en blokjes remmen. Aan de fiets is echt alles kapot gegaan en alle onderdelen heb ik mijn handen gehad. Ontzettend leerzaam en daarna ben je nooit meer bang om ergens een sleutel in te zetten.

Tja, nu hadden we dan wel fietsen, maar nog geen kleding. In Drachten werden twee fietsshirt aangeboden voor 25 gulden. Martin en ik zijn op de fiets gesprongen en hebben de aanbieding opgehaald. Nu hadden we elk een echt fietsshirt. In die tijd, ja zo oud ben ik, fietste je nog met een wollen fietsbroek en shirt. Martin scoorde een groene en ik een blauwe. Dat shirt was een geweldige uitvinding, met van die zakken achterop. Die vulden we met broodjes en fruit. De boterhammen twee aan twee in een zakje en het zakje zonder knoop of sluiter achter in je shirt. Onderweg kon je dan zo je boterhammen pakken zonder te stoppen.

Martin kreeg ook altijd een mooie rode zakdoek mee. Hij gebruikte de zakdoek trouw. De eerste keer heb ik het ook geprobeerd maar ik vond zo’n zakdoek helemaal niks. Als de wind er onder komt krijg je zo’n natte doek in je gezicht. In de loop van de fietsweken werd ik echter steeds handiger om het zonder zakdoek te kunnen. In het begin kneep ik nog een neusgat dicht. Maar binnen de kortste keren kon ik met mijn handen aan het stuur via een handig beweging mijn snot lozen.

Voor vrouwen is dit onbegrijpelijk en vies. Voor de meeste sporters is dit echter totaal natuurlijk. Als ik weer eens bezweet thuis kom en mijn liefste vrouwtje in de armen wil sluiten ondervind ik altijd de nodige weerstand. Bwheeee.. wat ben je weer vies. Maak dat je wegkomt. Ga douchen. Trek wat schoons aan maar blijf van me af. Niks kan haar vermurwen zelfs niet al ik zeg: “Maar myn leaf, een held stinkt….”

Maar goed, in de zomer maanden zonder kap, kan ik als ik even naar buiten leun, nog steeds heel handig het snot kwijtraken. Maar de laatste weken fiets ik alleen nog maar met de schuimkap. En alleen mijn oogjes steken net boven het randje uit. Wat nu te doen? Toch maar weer de rode boeren zakdoek in ere herstellen? Gevaarlijke capriolen uithalen om de fiets recht te houden terwijl ik wanhopig probeer om de zakdoek uit te vouwen. Of stoppen, netjes snuiten en weer verder fietsen? Of gewoon het snot in je kuip lozen?
Maar gelukkig, als ik mijn hoofd iets uitrek en als de wind gunstig is kan ik toch weer mijn snot kwijtraken door hard door mijn neus te blazen. Dus zonder te stoppen en zonder mijn handen los te laten van het stuur. Wel zo veilig toch?

.

dinsdag 1 december 2009

Woldring Strijkkwartet

Zaterdag 28 november 2009 Eelde Buitenplaats
20.00 uur
Woldring Strijkkwartet






"Wanneer ik naar strijkkwartetten luister, vind ik het vaak jammer dat de instrumenten niet op elkaar zijn afgestemd, of niet met elkaar in balans zijn. Ik heb daarom altijd een kwartet als conceptkwartet willen bouwen, maar om vele redenen had ik dat plan nooit eerder gerealiseerd.” Hein Woldring - vioolbouwer
Op deze avond hoort het publiek voor het eerst hoe het kwartet van Hein Woldring klinkt. De instrumenten zijn gedurende een periode van twee jaar gebouwd en gelakt. De modellen zijn geïnspireerd op het werk van de Amsterdamse vioolbouwer Pieter Rombouts (1667-1728) en zijn deels gemaakt van Nederlands hout. Ook afzonderlijk klinken de instrumenten goed: enkele spelers die ze individueel uitprobeerden, wilden ze kopen. Woldring wil de instrumenten echter uitsluitend als kwartet bij elkaar houden.
Hein Woldring legde zich na zijn opleiding als meubelmaker en jachtbouwer toe op de restauratie van muziekinstrumenten en werd opgeleid als vioolbouwer. Eind jaren 70 begon hij te werken vanuit zijn eigen atelier met hoofdzakelijk nieuwbouw en restauratie. In 1985 begon hij de vioolwinkel "Het Strijkerhuis" in Groningen.

Programma:
Sjostakovitsj strijkkwartet no.4 & Tsjaikovsky strijkkwartet no.3.

Zaterdag op uitnodiging van mijn vioolbouwer en zijn vrouw naar Eelde gereden om het concert bij te wonen. Wat een prachtig project, Nederlands hout, Nederlands ontwerp, Nederlandse bouwer en buitenlandse bespelers. Een Rus op de eerste viool, een Poolse dame op de Tweede viool, een Duitse dame op altviool en een Armeen op cello. Hendrik Woldring is voor mij altijd een hele inspirerende persoonlijkheid en wat hij in zijn handen krijgt daar maakt hij goud van. In ongeveer twee jaar heeft hij de vier instrumenten gebouwd. Ze zijn allemaal getooid met de voor Pieter Rombouts kenmerkende rood, roze lak. Het is opvallend hoe homogeen het kwartet klinkt en hoe mooi alle instrumenten mengen met elkaar.



Een viool is voor de meeste mensen maar een houten kistje met wat snaren. Voor de bespeler is het echter zijn vriend en maatje. Een viool heeft er ook wel eens geen zin in en dan moet je veel van hem houden om hem weer te motiveren. Een mens gaat een persoonlijke band aan met zijn instrument. Het is dus heel moeilijk om vier keer een klik tussen instrument en muzikant te krijgen zodat de bespeler kiest voor de Woldring viool en het kwartet. Het zal best nog een klus worden om een kwartet te vinden. Maar het basis idee is geweldig. Ik hoop dat Hein snel een kwartet vindt die er helemaal voor gaat want dat verdienen zijn instrumenten.


's Middag had ik nog een eind gefietst en ik had het genoegen om het Eduard Botter scherm te mogen testen in allerlei verschillende varianten weertypes. Regen, onweer, hagel, motregen, harde wind, en in het donker regen en wind. Het was weer ouderwets "genieten". Het schermpje doet het heel goed met tegenwind en droog weer. Zodra je voor de wind gaat fietsen mis je de rijwind en dan heeft het scherm moeite om schoon te blijven. In het licht kon ik trouwens best wel even in de regen fietsen met het schermpje. Het is dan heel comfortabel om de regen niet te voelen. Maar duurt de regen te lang dan kun je hem er maar beter afhalen. Met koud en droog weer zal ik het schermpje veel gebruiken. De muts kan dan wel af want je blijft heerlijk warm.


Na de rit twijfelde ik of ik nog wel zin had om naar het concert te gaan. Maar nadat ik had gebeld met de Buitenplaats in Eelde waren er nog kaartjes. Ik ben heel blij dat ik geweest ben. Proficiat Hein en Barbara met jullie prachtig kwartet.